ECLI:NL:RBBRE:2007:BB4506
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebeschikking naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wegens afwezigheid schuld
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een boetebeschikking opgelegd omdat een geschorst motorvoertuig op de openbare weg werd aangetroffen. Het voertuig was in consignatie gegeven aan een garagebedrijf voor verkoop. Het garagebedrijf was op de hoogte van de schorsing en erkende dat het gebruik van de openbare weg geheel aan haar te wijten was.
De rechtbank oordeelde dat het parkeren in de berm als gebruik van de openbare weg moet worden aangemerkt, waardoor de naheffingsaanslag terecht was opgelegd. Echter, ten aanzien van de boete stelde de rechtbank vast dat belanghebbende aannemelijk heeft gemaakt dat het voertuig buiten zijn invloedsfeer op de openbare weg stond en dat hij dit redelijkerwijs niet kon voorkomen.
De rechtbank verwierp de stelling van de inspecteur dat belanghebbende het risico aanvaardde dat het voertuig op de openbare weg zou worden geplaatst, mede omdat belanghebbende het garagebedrijf uitdrukkelijk had geïnformeerd over de schorsing. Hierdoor was er afwezigheid van alle schuld bij belanghebbende, en werd de boetebeschikking vernietigd.
Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het beroep werd ongegrond verklaard voor de naheffingsaanslag, maar gegrond voor de boetebeschikking.
Uitkomst: De boetebeschikking bij de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wordt vernietigd wegens afwezigheid van schuld bij belanghebbende.