ECLI:NL:RBBRE:2007:BB4564
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rouwen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van aanhouding bij vermeende niet-opvolging ambtelijk bevel
De rechtbank Breda behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het niet opvolgen van een ambtelijk bevel door weg te rijden nadat hij was aangehouden. De politie had de auto waarin verdachte zat een stopteken gegeven, waarna de bestuurder werd aangehouden wegens belediging. Verdachte en een derde persoon liepen op de verbalisanten toe, wat als bedreigend werd ervaren. De verbalisant verklaarde dat hij tegen verdachte en de derde persoon had gezegd dat zij waren aangehouden, waarna zij in de auto stapten en wegreden.
De kernvraag was of deze gedragingen konden worden gekwalificeerd als een aanhouding in de zin van artikel 53 van Pro het Wetboek van Strafvordering, wat vrijheidsbeneming impliceert. De rechtbank stelde vast dat de enkele mededeling van aanhouding niet voldoende is voor vrijheidsbeneming, en dat verdachte niet had berust in de aanhouding. Verdachte had verklaard niet te hebben gehoord dat hij was aangehouden en vertoonde gedrag dat niet paste bij iemand die was aangehouden.
Daarom concludeerde de rechtbank dat er geen sprake was van aanhouding en dat het ten laste gelegde feit niet bewezen kon worden. De overige verweren werden niet inhoudelijk behandeld. De politierechter sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde feit van het niet opvolgen van een ambtelijk bevel.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat geen sprake was van een aanhouding met vrijheidsbeneming.