ECLI:NL:RBBRE:2007:BB5440

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
13 september 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
427481 MB 07-8
Instantie
Rechtbank Breda
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WahvArt. 13a WahvBesluit proceskosten bestuursrechtBesluit tarieven in strafzaken 2003
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens incompleet dossier en onterecht parkeerverbod

Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen een sanctiebeslissing van de officier van justitie wegens een vermeende verkeersovertreding. Tijdens de terechtzitting op 13 september 2007 werd vastgesteld dat het dossier van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) incompleet was, omdat de beslissing van de officier van justitie ontbrak. Dit vormde een onrechtmatige situatie voor betrokkene.

Daarnaast heeft betrokkene onderbouwd aangevoerd dat op de locatie waar het voertuig geparkeerd stond geen parkeerverbod of parkeerverbodszone van toepassing was. De vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie heeft ter zitting het beroep gegrond verklaard en voorgesteld de bestreden beslissing te vernietigen.

De kantonrechter heeft dit voorstel gevolgd en geoordeeld dat betrokkene aannemelijk heeft gemaakt dat het voertuig niet in strijd met de verkeersregels was geparkeerd. Tevens is aan betrokkene een kostenvergoeding van € 322,00 toegekend voor de gemaakte proceskosten. Het beroep is daarmee gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie vernietigd.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie vernietigd met toekenning van een kostenvergoeding.

Uitspraak

Rechtbank Breda
Sector kanton Bergen op Zoom
PROCES-VERBAAL TERECHTZITTING, TEVENS
HOUDEND AANTEKENING MONDELINGE UITSPRAAK
Kantonnummer: 427481 MB VERZ 07-8
CJIB-nummer : 92666272
Uitspraak van de kantonrechter mr. W.E.M. Verjans van 13 september 2007 op het beroepschrift ex artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) van:
naam : [betrokkene]
geboren : [datum]
adres : [adres]
plaats : [woonplaats]
gemachtigde mr. P. Schuchmann- Mooijman te Bergen op Zoom.
Het beroep is behandeld ter openbare terechtzitting van donderdag 13 september 2007, waarbij het Openbaar Ministerie (OM) werd vertegenwoordigd door R. Mulder. Voorts is ter zitting verschenen de gemachtigde van betrokkene. Van het verhandelde ter zitting is door de griffier aantekening gehouden.
SANCTIEGEGEVENS
Betrokkene is de sanctie opgelegd ter zake de gedraging als vermeld en nader omschreven in het zaakoverzicht van 24 oktober 2006, dat deel uitmaakt van het dossier, dat door betrokkene kon worden ingezien.
BEOORDELING
Betrokkene kan tijdig geacht worden tegen de beslissing van de officier van justitie in beroep te zijn gekomen, zodat hij daarin kan worden ontvangen.
De inhoud van de processtukken, bezien in samenhang met hetgeen van de zijde van het OM en van betrokkene ter zitting naar voren is gebracht, leidt tot het volgende oordeel.
Bij het door het CVOM overgelegde dossier ontbreekt de beslissing van de officier van justitie. Allereerst is derhalve sprake van een incompleet dossier, van welke omissie betrokkene geen slachtoffer mag worden. Voorts heeft betrokkene, met stukken onderbouwd, aangevoerd dat op de pleeglocatie geen sprake is van een parkeerverbod/parkeerverbodszone (bord E1). De vertegenwoordiger van het OM heeft, gelet op het door de gemachtigde van betrokkene gevoerde verweer, ter zitting geconcludeerd tot gegrond verklaring van het beroep en vernietiging van de bestreden beslissing. Ook wat betreft de kantonrechter heeft betrokkene voldoende aannemelijk gemaakt dat het betreffende voertuig op de pleeglocatie niet in strijd met de verkeersregels stond geparkeerd. De kantonrechter zal derhalve het voorstel van de vertegenwoordiger van het OM volgen en dienovereenkomstig beslissen.
Van de zijde van betrokkene wordt gesteld dat kosten zijn gemaakt in verband met de behandeling van het beroep door de kantonrechter. Deze kosten komen in beginsel voor vergoeding in aanmerking. Op grond van artikel 13a Wahv dient bij de kostenveroordeling te worden aangesloten bij het Besluit proceskosten bestuursrecht en het Besluit tarieven in strafzaken 2003. Op grond hiervan wordt aan betrokkene een bedrag toegekend van € 322,00.
BESLISSING
Verklaart het beroep van betrokkene gegrond.
Vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 20 juli 2006.
Bepaalt dat aan betrokkene het bedrag dat hij aan zekerheid heeft gesteld, wordt gerestitueerd.
Bepaalt dat het CJIB een bedrag van € 322,00 aan betrokkene betaalt in verband met de door hem gemaakte kosten.
De kantonrechter,
Verzonden op:
Ingevolge de bepalingen van de Wahv is het instellen van hoger beroep tegen deze beslissing niet mogelijk.