ECLI:NL:RBBRE:2007:BB6266

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
24 oktober 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
pk.nr 605416-07 rdkmr. 07/543
Instantie
Rechtbank Breda
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Kooijman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 591a SvArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning vergoeding voor behandeling zaak tijdens TOM-zitting op grond van art. 591a Sv

In deze zaak heeft de rechtbank Breda een verzoek tot vergoeding op grond van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering behandeld. Het verzoek betrof een vergoeding van kosten die zijn gemaakt in verband met een TOM-zitting (Tussentijdse Onderzoeksmaatregel) die werd aangemerkt als een behandeling van de zaak.

De rechtbank overwoog dat hoewel de wetgever met het begrip "behandeling der zaak" in artikel 591a Sv oorspronkelijk doelde op een zitting ten overstaan van de rechtbank, de praktijk zich heeft ontwikkeld waarbij ook andere vormen van behandeling, zoals een TOM-zitting, gelijkgesteld kunnen worden aan een behandeling van de zaak. Dit volgt uit een redelijke uitleg van het genoemde artikel.

Op basis hiervan oordeelde de rechtbank dat vergoeding van schade die verband houdt met een TOM-zitting mogelijk is. De rechtbank wees het verzoek tot vergoeding toe tot een bedrag van € 1.600,14, inclusief € 540 aan kosten voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift. De beslissing werd genomen door rechter Kooijman op 24 oktober 2007.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van kosten in verband met TOM-zitting wordt toegewezen tot € 1.600,14.

Uitspraak

RECHTBANK BREDA
parketnr. 605416-07
rk-nummer: 07/543
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 591a wetboek van strafvordering
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 591a van het wetboek van strafvordering ingekomen ter griffie op 11 mei 2007, in de zaak:
[verdachte],
geboren op [datum en plaats],
wonende aan de [adres],
domicilie kiezende ten kantore van mr. t Hoff, advocaat te 5038 NN Tilburg, Bredaseweg 304.
1. De procedure.
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
• het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ten laste van de Staat tot een bedrag van €1.600,14, terzake van:
• de kosten van rechtsbijstand
• de kosten raadsman met betrekking tot de indiening en behandeling van bovenvermeld verzoekschrift;
• de reiskosten en kosten wegens tijdsverzuim van verzoeker;
• de officierszitting d.d. 3 mei 2007;
• het proces-verbaal van het onderzoek door de raadkamer van 26 september 2007, waaruit blijkt dat de officier van justitie alsmede de raadsman van verzoeker zijn gehoord.
2. De beoordeling.
De zaak is geëindigd zonder straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a wetboek van strafrecht.
Gelet op vorenstaande en gelet op hetgeen tijdens het onderzoek ter zitting naar voren is gekomen, zijn er gronden van billijkheid om een vergoeding toe te kennen. De rechtbank overweegt hieromtrent het navolgende.
De vraag doet zich in dat kader voor of een TOM zitting kan worden aangemerkt als een "behandeling" bedoeld art 591 a Sv. Aangenomen moet worden dat de wetgever met de woorden "behandeling der zaak" het oog heeft gehad op de behandeling van de zaak ten overstaan van de rechtbank. Echter na de invoering van dit artikel, zijn er vormen van behandeling ontstaan die met een behandeling der zaak als voornoemd gelijk moet worden gesteld. Gelet op de wijze van afdoening van een zaak tijdens een behandeling op een TOM zitting, is daarvan ten aanzien van zo'n zitting sprake. Onder die omstandigheden brengt een redelijke uitleg van art. 591 a Sv mee, dat ook vergoeding kan worden toegekend voor schade geleden in verband met een behandeling die aan een behandeling ter zitting kan worden gelijkgesteld.
3. De beslissing.
De rechtbank wijst het verzoek tot toekenning van vergoeding tot een bedrag van € 1.600,14 toe, waaronder begrepen € 540,=, zijnde de kosten voor het opstellen en indienen van het onderhavige verzoekschrift.
De rechtbank bepaalt dat voormeld bedrag zal worden overgemaakt op rekeningnummer
83.47.65.241 t.n.v. Stichting Derdengelden Advocatenkantoor de Lange.
Deze beslissing is op 24 oktober 2007 gegeven door mr. Kooijman, rechter, in tegenwoordigheid van, Van Riel griffier.