ECLI:NL:RBBRE:2007:BB7060
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Eijssen-Vruwink
- Meyboom
- Van Ham
- Rechtspraak.nl
Nakoming koopovereenkomst en verdeling nalatenschap met geschil over schenking en taxatiewaarde
Broer en zus vorderen nakoming van een koopovereenkomst met hun vader over twee percelen grond tegen een koopprijs van fl. 40 per m², voordat de nalatenschappen worden verdeeld. Andere erfgenamen betwisten de koopprijs als te laag en stellen dat sprake is van een schenking, waarvoor toestemming van moeder vereist was op grond van artikel 1:88 BW Pro. De rechtbank onderzoekt de geldigheid van de koopovereenkomst, de taxatiewaarde van de grond en de gevolgen voor de verdeling van de nalatenschap.
De rechtbank stelt vast dat de koopovereenkomst een ontbindende voorwaarde bevat: broer en zus kunnen van de koop afzien indien de schenking bij de nalatenschapsverdeling te hoog blijkt door een hoge taxatiewaarde. De taxateurs waarderen de grond op fl. 285,87 per m², wat aanzienlijk hoger is dan de koopprijs. De rechtbank acht deze taxatie juist, mede vanwege het reële vooruitzicht op wijziging van het bestemmingsplan en het verkrijgen van een bouwvergunning. Hierdoor is sprake van een schenking waarvoor toestemming van moeder of haar bewindvoerder nodig was, maar deze toestemming is niet verleend.
De rechtbank oordeelt dat de koopovereenkomst rechtsgeldig is, ondanks dat moeder en haar bewindvoerder niet hebben getekend. Eisers krijgen de gelegenheid om te kiezen of zij hun beroep op vernietiging handhaven of de percelen willen afnemen tegen de taxatiewaarde. De verdeling van overige boedelbestanddelen wordt aangehouden in afwachting van overleg tussen partijen. De procedure wordt voortgezet met een conclusie na tussenvonnis.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de koopovereenkomst onder ontbindende voorwaarde is gesloten en dat sprake is van schenking waarvoor toestemming nodig was; partijen krijgen gelegenheid hun standpunten te heroverwegen.