ECLI:NL:RBBRE:2007:BB7581

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
6 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
460542 ov 07-3094
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:431 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot instelling meerderjarigenbewind wegens ontbreken lichamelijk of geestelijk gebrek

De rechtbank Breda behandelde op 6 november 2007 een verzoek tot instelling van een meerderjarigenbewind over de goederen van de verzoeker, die schulden had van ongeveer €8.000 tot €9.000. De verzoeker gaf aan het geestelijk niet meer aan te kunnen en wilde begeleiding bij zijn financiële situatie.

De rechtbank oordeelde dat enkel het hebben van schulden onvoldoende is voor onderbewindstelling. Er moet een lichamelijk of geestelijk gebrek zijn dat een behoorlijk vermogensbeheer belemmert. De verzoeker stond niet onder doktersbehandeling en er was geen bewijs van een dergelijke stoornis. Daarnaast is onderbewindstelling geen instrument voor schuldensanering; daarvoor bestaan andere wettelijke mogelijkheden zoals de WSNP of schuldensanering via de Gemeentelijke Kredietbank.

Omdat niet was gebleken dat de verzoeker deze alternatieven had geprobeerd en er geen wettelijke grond was voor onderbewindstelling, wees de kantonrechter het verzoek af. De beschikking werd uitgesproken door mr. W.E.M. Verjans.

Uitkomst: Het verzoek tot instelling van een meerderjarigenbewind wordt afgewezen wegens het ontbreken van een lichamelijk of geestelijk gebrek.

Uitspraak

RECHTBANK BREDA
Sector kanton
Locatie Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 460542 OV VERZ 07-3094
beschikking d.d. 6 november 2007 op een verzoek tot instelling van een meerderjarigenbewind
van
[WvG], wonende te [adres].
1. Het procesverloop
1.1 De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
a. het op 1 oktober 2007 door de griffie van de rechtbank ontvangen verzoekschrift (met bijlagen);
b. het proces-verbaal van gehoor van de griffier met betrekking tot het verhandelde op de terechtzitting van 6 november 2007.
1.2 De inhoud van deze stukken geldt hier als ingelast.
2. De beoordeling
2.1 Het verzoek strekt tot de instelling van een bewind over de goederen van [WvG], hierna te noemen rechthebbende, geboren te , wonende te [adres], onder gelijktijdige benoeming van Bewindvoering Brabant vof, gevestigd te 4840 AB Prinsenbeek, Postbus 72, tot bewindvoerder.
2.2 Een vereiste voor onderbewindstelling is dat er sprake moet zijn van een lichamelijk of geestelijk gebrek bij betrokkene (art 1: 431, lid 1 BW). In het verzoekschrift schrijft betrokkene dat hij problemen heeft met schuldeisers en dat hij daarom begeleid wil worden door de voorgestelde bewindvoerder omdat hij het geestelijk niet meer aan kan. Tijdens de mondelinge behandeling verklaart betrokkene desgevraagd dat hij voor een bedrag van ongeveer € 8.000,00 à € 9.000,00 aan schulden heeft. Deze schuld is hoofdzakelijk ontstaan als gevolg van een lening voor aanschaf van een auto. Betrokkene staat niet onder doktersbehandeling. Zegt wel van slag te raken wanneer hij brieven van schuldeisers ontvangt. Enkel het hebben van schulden is naar het oordeel van de kantonrechter echter onvoldoende voor toewijzing van dit verzoek tot onderbewindstelling. Er moet minstgenomen sprake zijn van een lichamelijke en/of geestelijke stoornis van dien aard, dat zij een behoorlijk vermogensbeheer in de weg staat. Van een dergelijke stoornis is echter geen sprake. Deze wettelijke beschermingsmaatregel dient niet te worden toegepast met enkel het doel om tot een schuldensanering te komen. Voor schuldensanering staan andere wegen open, waaronder bijvoorbeeld de WSNP of de schuldensanering via de Gemeentelijke Kredietbank (GKB). Niet is gebleken dat betrokkene laatstgenoemde wegen al heeft beproefd. Nu er zich geen grond voordoet als bedoeld in de wet, zal de kantonrechter het verzoek hierna afwijzen.
3. De beslissing
De kantonrechter:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.E.M. Verjans en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 6 november 2007.
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Het beroepschrift moet door tussenkomst van een procureur worden ingediend bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.