ECLI:NL:RBBRE:2007:BB8113
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden en matiging boetes concurrentiebeding
De zaak betreft een geschil tussen Inisi B.V. en haar werknemer over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en de gevolgen van het concurrentiebeding. Partijen verschillen van mening over wie de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd, maar het staat vast dat deze per 8 januari 2007 is geëindigd. De kantonrechter stelt vast dat de beëindiging met wederzijds goedvinden heeft plaatsgevonden.
Inisi vordert betaling van diverse bedragen, waaronder boetes wegens schending van het concurrentiebeding en terugbetaling van studiekosten. De werknemer betwist de opzegging en de verschuldigdheid van sommige bedragen, mede vanwege zijn slechte financiële situatie. De kantonrechter oordeelt dat deze omstandigheden niet verhinderen dat de aanspraken rechtens worden vastgesteld.
De kantonrechter wijst enkele vorderingen toe, waaronder een snelheidsovertreding van €198 en boetes wegens schending van het concurrentiebeding, maar matigt deze boetes vanwege de omstandigheden. Ook wordt het verbod op concurrerende werkzaamheden bevestigd tot 8 januari 2009, met de mogelijkheid dat de werknemer een vergoeding ontvangt voor de duur van deze beperking. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Partijen worden opgeroepen tot het geven van nadere inlichtingen en het beproeven van een schikking op een comparitie. De kantonrechter houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is per 8 januari 2007 met wederzijds goedvinden beëindigd, boetes wegens schending concurrentiebeding worden gematigd en het verbod op concurrerende werkzaamheden geldt tot 8 januari 2009.