ECLI:NL:RBBRE:2007:BB8680
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting growshop wegens hennepvondst
Op 4 mei 2007 trof de regiopolitie Midden en West Brabant in een growshop een grote hoeveelheid hennepstekjes aan, waarvan een Belgische klant aangaf deze te hebben gekocht in de growshop. De burgemeester van Breda besloot op grond van artikel 13b van de Opiumwet tot sluiting van de growshop voor drie maanden. Verzoekers, de exploitant en directeur van de growshop, betwistten dat het om hennep ging en stelden dat het stekjes van Japanse esdoorn betrof, maar konden dit niet aannemelijk maken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester terecht mocht afgaan op de politierapporten en dat de voorwaarden voor bestuursdwang waren vervuld. Verzoekers voerden onder meer aan dat de sluiting een onevenredige maatregel was, dat er geen beleid voor growshops bestond en dat het besluit in strijd was met artikel 6 EVRM Pro, maar deze verweren werden verworpen.
De rechtbank benadrukte dat de burgemeester geen beleidsvrijheid heeft bij overtreding van de Opiumwet en dat bestuursdwang als reparatoire maatregel passend is. Ook werd geoordeeld dat de belangenafweging niet in het voordeel van verzoekers uitviel. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en de directeur van de vennootschap werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de growshop wordt afgewezen.