ECLI:NL:RBBRE:2007:BB9170

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
28 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
445029 cv 07-3236
Instantie
Rechtbank Breda
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid vordering wegens gezamenlijke gerechtigdheid op betalingsregeling

Eiseres was samen met een medeondertekenaar gerechtigd tot ontvangst van een bedrag van €1.625,00 op grond van een schriftelijke betalingsregeling met gedaagde. Eiseres stelde de vordering echter alleen in, zonder medeoptreden van de mede-gerechtigde.

Gedaagde betwistte de vordering en stelde dat de schuld was voldaan en verrekend. Daarnaast stelde hij een tegenvordering, die niet tijdig werd ingebracht en daarom niet werd beoordeeld.

De kantonrechter oordeelde dat de vordering slechts gezamenlijk kon worden ingesteld omdat de betalingsregeling een gemeenschap van rechten tussen eiseres en de medeondertekenaar vormde. Omdat eiseres alleen handelde, werd zij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering en veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering wegens gezamenlijke gerechtigdheid.

Uitspraak

RECHTBANK BREDA
Sector kanton
Locatie Begen op Zoom
zaak/rolnr.: 445029 CV EXPL 07-3236
vonnis d.d. 28 november 2007
inzake
[eiseres],
wonende te Oudenbosch (gemeente Halderberge),
eiseres, procederende krachtens civiele toevoeging 1DR 0889
gemachtigde: mr. F.I. Piternella te Dongen,
tegen:
[gedaagde],
verblijvende te [adres],
gedaagde,
schriftelijk procederende.
Partijen worden hierna aangeduid als “[eiseres]” en “[gedaagde]”.
1. Het verloop van het geding
Dit blijkt uit de volgende processtukken:
1.1 de inleidende dagvaarding van 3 mei 2007, met een productie,
1.2 de conclusie van antwoord met producties,
1.3 de conclusie van repliek met producties,
1.4 de conclusie van dupliek.
De inhoud van deze stukken geldt als hier ingelast.
2. Het geschil
[eiseres] vordert, samengevat, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.625,00, te vermeerderen met wettelijke rente en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
[gedaagde] weerspreekt de vordering.
3. De beoordeling
3.1 [eiseres] legt aan de vordering ten grondslag, samengevat, dat zij contactpersoon was voor Music Travel Club, welke organisatie sinds september 2005 muziekreizen naar Spanje organiseert en welke organisatie [gedaagde] thans als enige leidt. [eiseres] stelt dat de samenwerking tussen partijen in juni 2006 werd beëindigd en daarbij aan haar een financiële tegemoetkoming ten bedrage van € 1.625,00 werd toegekend. [eiseres] stelt zich op het standpunt dat partijen daartoe blijkens de op 1 juli 2006 door hen ondertekende “betalingsregeling” een overeenkomst sloten, waarbij [gedaagde] zich in kader van de beëindiging van hun samenwerking verbond vóór 31 december 2006 een (totaal)bedrag van € 1.625,00 aan [eiseres] te betalen en welke betaling ingaande 31 juli 2006 zou plaatsvinden in twee maandelijkse termijnen van
€ 475,00 en aansluitend drie maandelijkse termijnen van € 225,00. [eiseres] baseert de vordering op een schending van de verplichting tot betaling van die overeengekomen termijnen tot een totale hoofdsom van € 1.625,00.
3.2 [gedaagde] verweert zich door, beknopt samengevat, te stellen dat de gestelde overeenkomst niet tussen partijen als natuurlijke personen tot stand kwam, maar werd gesloten door de rechtspersoon Stichting Maresme Activities handelend onder de naam Musical Travel Club enerzijds en de als één partij gezamenlijk optredende personen [X] en [eiseres] anderzijds. Bovendien zouden verschuldigde bedragen volgens [gedaagde] inmiddels tegen finale kwijting zijn verrekend en betaald, zodat er geen enkele vordering meer te voldoen zou zijn.
3.3 De kantonrechter overweegt dat [gedaagde] (pas) bij dupliek aangeeft te wensen dat [eiseres] hem als schadevergoeding € 270,00 betaalt. [gedaagde] was in beginsel wel bevoegd een dergelijke tegeneis in te stellen, maar een dergelijke eis in reconventie had dadelijk bij antwoord al moeten worden ingesteld. Nu dat niet is gebeurd, kan een dergelijke schadeclaim van [gedaagde] in deze procedure niet worden beoordeeld.
3.4 De kantonrechter overweegt verder dat [eiseres] haar vordering grondt op de rechtsverhouding die voortvloeit uit de bij dagvaarding door haar overgelegde en door [gedaagde] onbetwiste schriftelijke “betalingsregeling”. Blijkens dat aan zowel [eiseres] als [X] gerichte stuk werd [eiseres] samen met de medeondertekenaar [X] gerechtigd tot de ontvangst van het daarin genoemde totaalbedrag van € 1.625,00. Uit de stellingen van [eiseres] volgt wel dat de genoemde [X] geen relevante betalingen ter zake zou hebben ontvangen, maar ondanks dat [X] medegerechtigd is tot de gevorderde betaling stelt [eiseres] de vordering alleen in. Rechtens wordt degene die jegens een ander verplicht is iets te geven, te doen of na te laten, daartoe door de rechter, op vordering van de gerechtigde, veroordeeld. Dat [eiseres] en [X] het bewuste stuk ieder als natuurlijke persoon hebben (mee)ondertekend, doet er niet aan af dat zij in dit geval in beginsel slechts tezamen zijn aan te merken als gerechtigde in de voornoemde zin. Niet is immers gesteld dat met de schuldenaar(s) werd overeengekomen dat [eiseres] en/of [X] de betaling(en) ieder voor het geheel kunnen vorderen, des dat de voldoening aan de één de schuldenaar(s) ook jegens de ander bevrijdt. De bewuste schriftelijke “betalingsregeling” zelf biedt daarvoor ook geen enkel aanknopingspunt. Een en ander brengt mee dat het op de “betalingsregeling” gebaseerde vorderingsrecht toekomt aan [eiseres] en [X] gezamenlijk en in zoverre sprake is van een tussen [eiseres] en [X] aanwezige gemeenschap. [eiseres] kan in beginsel slechts over haar aandeel in die gemeenschap beschikken en is in beginsel slechts bevoegd tot het instellen van rechtsvorderingen ten behoeve van de gemeenschap. Al op grond van het voorgaande kan [eiseres] niet worden ontvangen in de vordering die alleen door haarzelf en ook alleen ten behoeve van haarzelf is ingesteld. [eiseres] zal dan ook niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard.
3.5 Als de in het ongelijk gestelde partij zal [eiseres] in de proceskosten worden veroordeeld.
3.6 Gelet op het voorgaande behoeven de overige geschilpunten geen bespreking meer en wordt als volgt beslist.
4. De beslissing
De kantonrechter:
verklaart [eiseres] niet-ontvankelijk in de vordering;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding, deze voor zover aan de zijde van [gedaagde] gevallen tot op heden begroot op NIHIL.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.G.W.M. Stienissen en in het openbaar uitgesproken op woensdag 28 november 2007.