ECLI:NL:RBBRE:2007:BB9699
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Meyboom
- Rechtspraak.nl
Nakoming aanvullende vaststellingsovereenkomst afkoop partneralimentatie en weduwepensioen
Partijen zijn gehuwd geweest en gescheiden met huwelijkse voorwaarden. Na het overlijden van de vader van gedaagde heeft zij een erfenis ontvangen van meer dan EUR 500.000. Partijen onderhandelden over de afkoop van partneralimentatie en weduwepensioen. Hoewel voorafgaand geen formele VFAS-bemiddelingsovereenkomst was getekend en feitelijk geen bemiddeling plaatsvond, werd via e-mailcorrespondentie overeenstemming bereikt over de afkoopbedragen.
Gedaagde betwistte dat een overeenkomst tot stand was gekomen, verwijzend naar een bepaling in de VFAS-overeenkomst die schriftelijke ondertekening vereist. De rechtbank oordeelde echter dat de situatie niet onder die bepaling valt omdat partijen zelf onderhandelden zonder bemiddeling. De overeenkomst kwam tot stand op grond van artikel 6:217 BW Pro, door aanbod en aanvaarding via e-mail.
De rechtbank stelde vast dat partijen het eens waren over de afkoopbedragen, waarbij 16 oktober 2004 als peildatum geldt. Gedaagde werd veroordeeld om de overeenkomst na te komen, waaronder ondertekening van het convenant en het verlenen van finale kwijting, met een dwangsom van EUR 500 per dag bij niet-nakoming. De kosten van het geding werden grotendeels gecompenseerd, met uitzondering van de kosten van het incident die voor rekening van gedaagde kwamen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot nakoming van de overeenkomst over afkoop partneralimentatie en weduwepensioen met dwangsom bij niet-nakoming.