ECLI:NL:RBBRE:2007:BC0149
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid kantonrechter ondanks arbitraal beding in algemene voorwaarden
In deze civiele procedure vordert Maxistuc betaling van een factuur op grond van een onderaannemingsovereenkomst, terwijl Buijs zich beroept op een arbitraal beding in de algemene voorwaarden dat de Raad van Arbitrage voor de Bouw bevoegd maakt.
Buijs verzoekt de kantonrechter zich onbevoegd te verklaren om van de vordering kennis te nemen. Maxistuc betwist dit en stelt dat het arbitraal beding vernietigbaar is wegens onbekendheid met de voorwaarden.
De kantonrechter oordeelt dat het arbitraal beding in beginsel geldt en dat Maxistuc daaraan gebonden is, ook al kende zij de inhoud niet. Vernietiging wordt niet aannemelijk gemaakt omdat niet is gesteld dat de voorwaarden onredelijk bezwarend zijn of dat geen redelijke mogelijkheid tot kennisname is geboden.
Daarom wordt de incidentele vordering van Buijs toegewezen en verklaart de kantonrechter zich onbevoegd in de hoofdzaak. De proceskosten in het incident worden aan Maxistuc opgelegd, terwijl de proceskosten in de hoofdzaak door partijen zelf worden gedragen omdat deze nodeloos zijn gemaakt.
De overige geschilpunten behoeven geen bespreking meer en het vonnis wordt gewezen door rechter Stienissen op 12 december 2007.
Uitkomst: Kantonrechter verklaart zich onbevoegd en wijst de incidentele vordering toe met kostenveroordeling voor eiser in incident.