ECLI:NL:RBBRE:2007:BC1357
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.G.M. Wouters
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing primaat van verhuizing onder de Wet maatschappelijke ondersteuning
Verzoekster diende een aanvraag in voor een woonvoorziening, waaronder een traplift of een indicatie voor een aangepaste woning. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Loon op Zand wees de aanvraag aanvankelijk af, maar verklaarde later het bezwaar gegrond en besloot tot een verhuiskostenvergoeding als goedkoopste voorziening. Verzoekster gaf echter de voorkeur aan een traplift in haar huidige woning en betwistte dat het college voldoende onderzoek had gedaan naar het primaat van de verhuizing.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college onvoldoende had onderzocht of in het geval van verzoekster moest worden afgeweken van het primaat van verhuizing, met name of de belangenafweging volgens de gemeentelijke verordening en het Besluit maatschappelijke ondersteuning was uitgevoerd. Ook ontbrak een deugdelijke motivering van het besluit op bezwaar, wat een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en de motiveringsplicht volgens de Awb en de Wmo opleverde.
Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Het college werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat niet uitgesloten kon worden dat het nieuwe besluit alsnog negatief zou zijn en de gevraagde voorziening geen voorlopig karakter had. Verzoekster kreeg vergoeding van griffierecht en proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsplicht.