ECLI:NL:RBBRE:2007:BC2366
Rechtbank Breda
- Kort geding
- Leijten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering inzake aanbestedingsprocedure incontinentiezorg CZ
De zaak betreft een kort geding tussen ACZ en CZ over de aanbesteding van incontinentiezorg. ACZ vorderde onder meer het verbod op het aangaan van overeenkomsten voor diverse percelen op basis van het tweede gunningsbesluit van CZ, al dan niet met heraanbesteding of herbeoordeling.
CZ had in juli 2007 een aanbestedingsprocedure gestart en een voorlopige gunningsbeslissing genomen, die na bezwaren werd herbeoordeeld. ACZ stelde dat CZ onzorgvuldig had gehandeld en de precontractuele redelijkheid en billijkheid had geschonden, onder meer door onjuiste toepassing van criteria en onvoldoende motivering.
De voorzieningenrechter oordeelde dat ACZ te laat bezwaar maakte tegen de regeling omtrent perceel 10, dat CZ de procedure zorgvuldig had uitgevoerd en binnen redelijke grenzen bleef. De motivering van CZ was voldoende en de vorderingen van ACZ werden afgewezen. ACZ werd veroordeeld in de proceskosten van CZ en Bosman.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van ACZ af en veroordeelt ACZ in de proceskosten.