ECLI:NL:RBBRE:2007:BG6486
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijtelling privégebruik auto in inkomstenbelasting 2002
Belanghebbende was directeur en enig aandeelhouder van een B.V. die meerdere personenauto's hield, waaronder een auto met een cataloguswaarde van fl. 277.021. De inspecteur legde voor het jaar 2002 een bijtelling op voor het privégebruik van deze auto, omdat werd aangenomen dat deze aan belanghebbende ter beschikking stond.
Belanghebbende stelde dat de auto aan haar broer ter beschikking stond en zij er zelf geen gebruik van maakte. Dit werd echter tegengesproken door eerdere schriftelijke verklaringen van belanghebbende en een gedeeltelijke kilometeradministratie uit 2001 die zij zelf had overlegd. Over 2002 was geen kilometeradministratie overgelegd.
De rechtbank oordeelde dat de feiten en omstandigheden, waaronder de eerdere verklaringen en de kilometeradministratie, rechtvaardigen dat de auto ook in 2002 aan belanghebbende ter beschikking stond. De stellingen van belanghebbende dat de auto aan haar broer was gegeven en dat zij zelf een andere auto had, konden dit oordeel niet veranderen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan op 27 april 2007 door rechter Beukers-van Dooren.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de bijtelling privégebruik auto in de inkomstenbelasting 2002 is ongegrond verklaard.