ECLI:NL:RBBRE:2007:BI4172
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J.J. Engel
- A.A. den Hartog
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over overdrachtsbelastingvrijstelling bij inbreng onderneming en boetevermindering
Belanghebbende bracht op 30 maart 2000 haar onderneming, inclusief onroerende zaken, in een besloten vennootschap in en claimde vrijstelling van overdrachtsbelasting op grond van artikel 15, eerste lid, onderdeel e, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (WBR). De inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting en een vergrijpboete op omdat de onderneming niet gedurende drie jaar werd voortgezet.
De rechtbank stelt vast dat belanghebbende de bedrijfsactiviteiten in het derde kwartaal van 2000 heeft gestaakt en niet elders heeft voortgezet. Hierdoor vervalt de vrijstelling en is de naheffingsaanslag terecht opgelegd. De rechtbank verwerpt het betoog dat de regeling in strijd is met het EVRM.
Daarnaast beoordeelt de rechtbank de waardebepaling van de onroerende zaken en concludeert dat de waarde in het economisch verkeer juist is vastgesteld, waarbij een vergoeding voor het beëindigen van bedrijfsactiviteiten buiten beschouwing blijft. De rechtbank vermindert de boete met 10% vanwege de lange duur tussen boeteaankondiging en uitspraak, en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten.
Uitkomst: De naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt gehandhaafd en de boete verminderd tot €7.756.