ECLI:NL:RBBRE:2007:BI4227
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag en boetebeschikking inzake premies lijfrente 2002
Belanghebbende had in 1994 een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule afgesloten en bracht jaarlijks premies in aftrek in zijn aangiften inkomstenbelasting. In 2001 en 2002 werden premies van € 1.941 per jaar ten onrechte afgetrokken. De inspecteur legde navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen op nadat bij de aangifte over 2003 bleek dat de premies niet aftrekbaar waren.
Belanghebbende voerde aan dat er geen nieuw feit was voor navordering en dat hij te goeder trouw handelde. De rechtbank oordeelde dat de inspecteur terecht navorderingsaanslagen oplegde omdat het nieuwe feit pas na de aanslagen bekend werd. Tevens werd belanghebbende grove schuld verweten vanwege lichtvaardig handelen bij het aftrekken van premies zonder verificatie.
De rechtbank achtte de boetes passend en passend bij de omstandigheden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag en boetebeschikking over 2002 wordt ongegrond verklaard.