ECLI:NL:RBBRE:2007:BI6784
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.A. den Hartog
- Rechtspraak.nl
Vermindering van vergrijpboete wegens onvoldoende bewijs privégebruik auto
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en een vergrijpboete wegens privégebruik van een door zijn werkgever ter beschikking gestelde personenauto in 2001. De inspecteur corrigeerde het opgegeven privégebruik van 436 kilometer naar een forfaitair bedrag gebaseerd op 25% van de cataloguswaarde van de auto, en legde een boete van 50% op wegens vermeend (voorwaardelijk) opzet of grove schuld.
Belanghebbende voerde aan dat hij niet meer dan 500 kilometer privé had gereden en overhandigde een rittenregistratie en tankoverzichten ter onderbouwing. De inspecteur betwistte de betrouwbaarheid van de rittenregistratie vanwege afwijkingen in kilometerstanden en inconsistenties in de administratie.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet overtuigend had aangetoond dat het privégebruik beperkt was tot 500 kilometer, waardoor de correctie terecht was toegepast. Echter, de rechtbank vond onvoldoende bewijs dat belanghebbende opzettelijk of met grove schuld had gehandeld bij het bijhouden van de rittenregistratie, waardoor de boete onterecht was opgelegd en werd vernietigd.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het de boete betrof en ongegrond voor zover het de navorderingsaanslag betrof. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De boetebeschikking wordt vernietigd en de boete verminderd tot nihil, terwijl de navorderingsaanslag wordt gehandhaafd.