ECLI:NL:RBBRE:2007:BJ4796
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag fosfaatheffing wegens niet tijdige voorraadmelding
Belanghebbende diende voor het jaar 2002 een aangifte in met een nihil bedrag aan fosfaat- en stikstofheffing. Na controle legde de inspecteur een naheffingsaanslag fosfaatheffing van €11.754 op, verminderd tot €11.376 na bezwaar, met een verzuimboete die werd geschorst.
De kern van het geschil betrof de vraag of de naheffingsaanslag terecht was opgelegd, waarbij belanghebbende stelde dat dit niet het geval was. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende de voorraad mineralen niet tijdig had aangemeld, terwijl de wet en het Besluit voorraden Meststoffenwet dit vereisen om de voorraad mee te rekenen bij de berekening van de belastbare hoeveelheid.
De rechtbank stelde vast dat de inspecteur de naheffingsaanslag terecht had gebaseerd op de aangevoerde en afgevoerde hoeveelheden fosfaat, zonder rekening te houden met niet-aangemelde voorraden. De rechtbank benadrukte dat belanghebbende zelf verantwoordelijk is voor tijdige aanmelding en dat de inspecteur jaarlijks een toelichting verstrekt over de aangifteprocedure.
De rechtbank verwierp het beroep en legde geen proceskostenveroordeling op. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag fosfaatheffing 2002 is ongegrond verklaard.