ECLI:NL:RBBRE:2007:BK4634
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boete naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wegens schorsing kenteken
Belanghebbende was houder van een personenauto waarvan het kenteken vanaf 22 mei 2006 was geschorst. Op 15 augustus 2006 werd vastgesteld dat de auto geparkeerd stond op een parkeerterrein behorende bij zijn flat, dat eigendom is van een woningbouwvereniging. De vraag was of dit parkeerterrein onderdeel uitmaakt van de openbare weg in de zin van de Wet Motorrijtuigenbelasting (Wet MRB).
De rechtbank oordeelde dat het parkeerterrein, ondanks het private eigendom, feitelijk openstaat voor openbaar rij- en ander verkeer. Dit betekent dat het geparkeerd staan op het terrein gebruik van de weg inhoudt, waardoor de naheffingsaanslag terecht is opgelegd voor de periode van schorsing.
Ten aanzien van de opgelegde boete stelde belanghebbende dat sprake was van afwezigheid van alle schuld (avas), omdat hij voorafgaand aan de schorsing bij diverse instanties informatie had ingewonnen over de status van het parkeerterrein. De inspecteur onderschreef deze redenering en stemde in met het laten vervallen van de boete. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het de boete betreft en vernietigde de boetebeschikking.
Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het door belanghebbende betaalde griffierecht. Het hoger beroep kan binnen zes weken worden ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wordt gehandhaafd, maar de boete wordt vernietigd wegens afwezigheid van alle schuld.