ECLI:NL:RBBRE:2007:BK5205
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting na bezwaar over eigenwoningforfait en aftrek levensonderhoud
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2003. De kernpunten betroffen het eigenwoningforfait, de aftrek van kosten voor levensonderhoud van zijn studerende zoon, de aftrekbaarheid van kosten voor inning van huurpenningen en de proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet ten onrechte niet is gehoord in de bezwaarfase, omdat hij niet had gereageerd op de uitnodiging van de inspecteur. Het eigenwoningforfait werd vastgesteld op basis van de WOZ-waarde van € 104.369, waardoor het forfait terecht op € 417 werd gesteld. Een beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen wegens gebrek aan bewijs van toezeggingen door de belastingdienst.
Met betrekking tot het levensonderhoud van de zoon werd vastgesteld dat belanghebbende € 2.507 had betaald, waartegenover een aftrek van € 2.275 door de inspecteur werd toegestaan. Voor het vierde kwartaal werd geen aftrek toegekend omdat de zoon toen een lijfrente ontving. De kosten voor inning van huurpenningen waren niet aftrekbaar omdat ze vóór 2003 waren gemaakt en omdat dergelijke kosten onder de forfaitaire rendementsheffing niet aftrekbaar zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en verminderde de aanslag. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van € 15,64 en het griffierecht van € 39 werd aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag inkomstenbelasting 2003.