ECLI:NL:RBBRE:2007:BK9089
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake verrekening belastingteruggaven
De ontvanger van de Belastingdienst heeft verzoeker geïnformeerd over de verrekening van teruggaaf omzetbelasting over het derde en vierde kwartaal van 2006 met diverse aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en motorrijtuigenbelasting uit voorgaande jaren.
Verzoeker heeft vervolgens bij de rechtbank een voorlopige voorziening gevraagd om deze verrekeningen te corrigeren en de bedragen uit te betalen. De rechtbank overweegt dat de bevoegdheid tot verrekening is geregeld in artikel 24 van Pro de Invorderingswet 1990 en dat tegen dergelijke verrekeningen geen beroep kan worden ingesteld bij de belastingrechter of bestuursrechter, omdat de Invorderingswet is opgenomen in de bijlage bij de Algemene wet bestuursrecht die dergelijke besluiten uitsluit van beroep.
De rechtbank stelt vast dat zij kennelijk onbevoegd is om over het verzoek te oordelen en wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af. Geschillen over verrekeningen dienen aan de civiele rechter te worden voorgelegd. Omdat de onbevoegdheid evident is, wordt de uitspraak gedaan zonder zitting en zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onbevoegdheid van de rechtbank.