ECLI:NL:RBBRE:2007:BL6511
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling bij ingetrokken beroep tegen waardebeschikking onroerende zaak
Belanghebbende had beroep ingesteld tegen de bij beschikking vastgestelde waarde van een onroerende zaak te Ulvenhout en verzocht om vergoeding van proceskosten. Het beroep werd op 20 juni 2006 ingetrokken nadat de verweerder (gemeente Breda) geheel of gedeeltelijk aan het beroep tegemoet was gekomen.
Belanghebbende maakte kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand, een uittreksel van het handelsregister en griffierecht. De rechtbank stelde vast dat de verweerder geen verweer voerde en dat partijen schriftelijk toestemming hadden gegeven om het onderzoek ter zitting achterwege te laten.
De rechtbank veroordeelde de gemeente Breda tot vergoeding van proceskosten van € 252,50, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand en het handelsregister, en wees de gemeente aan als de partij die deze kosten aan belanghebbende moet vergoeden. Daarnaast werd het griffierecht vergoed op grond van artikel 8:41, vierde lid, van de Awb bij intrekking van het beroep na tegemoetkoming.
De uitspraak werd gedaan op 25 april 2007 door rechter W. Brouwer en is openbaar uitgesproken. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De gemeente Breda wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende na intrekking van het beroep.