ECLI:NL:RBBRE:2007:BO4129
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag en boetebeschikking inzake premieaftrek lijfrente 2001
Belanghebbende had in 1994 een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule afgesloten en bracht sinds die tijd premies in aftrek bij de inkomstenbelasting. Voor de jaren 2001 en 2002 werd een bedrag van €1.941 per jaar onterecht als premieaftrek opgevoerd. De inspecteur legde navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen op nadat dit bij de aangifte over 2003 aan het licht kwam.
Belanghebbende voerde aan dat er geen nieuw feit was voor navordering en dat hij te goeder trouw was, terwijl de inspecteur stelde dat het nieuwe feit pas na oplegging aanslag bekend werd en dat hij geen aanleiding had tot nader onderzoek. De rechtbank oordeelde dat het feit dat premies in aftrek werden gebracht geen aanleiding gaf tot twijfel die nader onderzoek vereiste en dat het nieuwe feit zich pas later voordeed.
Ten aanzien van de boete stelde de rechtbank dat belanghebbende slordig en lichtvaardig had gehandeld door niet te verifiëren of de premies aftrekbaar waren, ondanks het langdurig opvoeren ervan. Dit rechtvaardigde de opgelegde boete. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag en boetebeschikking over 2001 is ongegrond verklaard.