ECLI:NL:RBBRE:2008:1588
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing vergoeding kosten juridische bijstand IOAW-uitkering
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de gemeente Breda waarin hun verzoek om vergoeding van kosten juridische bijstand en teruggave van betaalde aflossingstermijnen werd afgewezen. De uitkering op grond van de IOAW was herzien en teruggevorderd wegens inkomsten uit zelfstandigheid. Eisers voerden aan dat de kosten van juridische bijstand vergoed dienen te worden vanwege eerdere herzieningen van terugvorderingsbesluiten.
De rechtbank stelt vast dat het beroep zich uitsluitend richt op de afwijzing van de vergoeding van juridische kosten. De rechtbank oordeelt dat de primaire besluiten van 24 maart 2005 en 2 juni 2005 herroepen zijn wegens aan de gemeente te wijten onrechtmatigheid, waardoor de afwijzing van vergoeding op dat punt ondeugdelijk gemotiveerd is. De rechtbank wijst echter af dat de door de gemachtigde verleende rechtshulp als beroepsmatig kan worden aangemerkt, zodat vergoeding daarvan niet toekomt.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover het de afwijzing van de vergoeding van juridische kosten betreft, maar laat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand. Tevens wordt het griffierecht aan eisers vergoed. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor vergoeding van kosten juridische bijstand en het bestreden besluit wordt op dat punt vernietigd, met in stand blijvende rechtsgevolgen.