ECLI:NL:RBBRE:2008:BC3097
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.J. Minnaar
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid en gegrondverklaring van verzet tegen dwangbevel wegens verkeersovertreding
Betrokkene stelde verzet in tegen een dwangbevel dat was uitgevaardigd wegens een verkeersovertreding. De officier van justitie betwistte de ontvankelijkheid van het verzet, stellende dat het niet tijdig was ingediend. De rechtbank oordeelde echter dat betrokkene aannemelijk had gemaakt dat het verzetschrift reeds eerder was verstuurd, waardoor het verzet ontvankelijk is.
Betrokkene voerde aan dat hij na ontvangst van de initiële beschikking telefonisch contact had gehad met de politie, waarbij hem werd meegedeeld dat de overtreding niet met zijn kenteken was begaan en dat het dossier zou worden gesloten. Hierdoor ging betrokkene er in redelijkheid vanuit dat de beschikking op een vergissing berustte en niet zou worden geëffectueerd.
De rechtbank stelde vast dat het in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur zou zijn als de officier van justitie de sanctie toch zou doorzetten zonder nader onderzoek naar de eigenaar van het kenteken op de fotofilm. Daarom werd het verzet gegrond verklaard, het dwangbevel vernietigd en de zaak terugverwezen naar de officier van justitie voor nader onderzoek en een nieuwe beslissing.
Het griffierecht werd aan betrokkene terugbetaald. De rechtbank oordeelde tevens dat het verzetschrift als een inhoudelijk beroep tegen de initiële beschikking moet worden beschouwd, ondanks dat het te laat en bij de verkeerde instantie was ingediend.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel wordt gegrond verklaard, het dwangbevel vernietigd en de zaak terugverwezen naar de officier van justitie.