ECLI:NL:RBBRE:2008:BC4123
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs bij verkeerssanctie
Betrokkene werd een sanctie opgelegd wegens een verkeersgedraging zoals vermeld in het dossier. Tegen deze beslissing stelde betrokkene beroep in, waarop de officier van justitie het beroep ongegrond wilde verklaren. Tijdens de terechtzitting was betrokkene niet aanwezig, maar de kantonrechter behandelde het beroep op basis van de stukken.
De officier van justitie vertrouwde op de waarneming van de verbalisant, die betrokkene niet staande kon houden omdat hij geen dienstvoertuig met stopbord gebruikte. De kantonrechter oordeelde echter dat de gedraging onvoldoende vaststond. Er ontbraken een aanvullend proces-verbaal en het relevante brondocument, waardoor het bewijs ontoereikend was om tot een bewezenverklaring te komen.
Daarom verklaarde de kantonrechter het beroep gegrond, vernietigde de bestreden beslissing en bepaalde dat het aan betrokkene gestelde zekerheidbedrag moest worden terugbetaald. Betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken onder bepaalde voorwaarden.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt gegrond verklaard en de bestreden beslissing wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.