ECLI:NL:RBBRE:2008:BC4473
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding know how in maatschapsovereenkomst kwalificeert als goodwill
Belanghebbende, een advocatenpraktijk, sloot een maatschapsovereenkomst met een advocate waarbij een jaarlijkse vergoeding werd afgesproken voor de aanwezige know how bij het aangaan van de maatschap. De inspecteur kwalificeerde deze betalingen niet als goodwill, wat leidde tot een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting.
De rechtbank beoordeelde de vergoeding aan de hand van de definitie van goodwill zoals vastgesteld door de Hoge Raad in 1953 en concludeerde dat de betalingen inderdaad een vergoeding voor goodwill vormden. De stelling van belanghebbende dat de intentie anders was, werd verworpen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, en verminderde de navorderingsaanslag. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd openbaar gedaan op 17 januari 2008 door rechter C.A.F.M. Stassen.
Uitkomst: De navorderingsaanslag vennootschapsbelasting wordt verminderd en de vergoeding voor know how wordt als goodwill aangemerkt.