ECLI:NL:RBBRE:2008:BC4479
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Kralingen
- De Graaf
- Breeman
- Rechtspraak.nl
Veroordeling dierenartspraktijk voor afgifte en voorraad niet-geregistreerde diergeneesmiddelen
Verdachte, een dierenartspraktijk, werd beschuldigd van het afgeven en voorhanden hebben van niet-geregistreerde diergeneesmiddelen, alsmede het produceren zonder vergunning. De rechtbank verklaarde de dagvaarding nietig voor een onderdeel van de tenlastelegging, maar achtte de overige feiten voldoende bewezen. De verdediging voerde onder meer onrechtmatig bewijs en overmacht aan, welke door de rechtbank werden verworpen.
De rechtbank oordeelde dat verdachte opzettelijk niet-geregistreerde diergeneesmiddelen aan meerdere afnemers had geleverd en deze middelen in voorraad had. Het beroep op overmacht in de zin van noodtoestand werd afgewezen, omdat er geen actuele concrete noodsituatie was en verdachte zelf de situatie in stand hield door grootschalige productie en distributie. Ook het verweer dat de middelen onder uitzonderingen vielen, werd niet gevolgd.
De rechtbank stelde vast dat sprake was van een forse overschrijding van de redelijke termijn, maar dat dit binnen de jurisprudentiële bandbreedte viel. Gezien de ernst van de feiten en het belang van de maatschappij werd een geldboete van €5.000 opgelegd, lager dan de gevorderde €7.500 vanwege de termijnoverschrijding.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €5.000 wegens het afgeven en voorhanden hebben van niet-geregistreerde diergeneesmiddelen.