ECLI:NL:RBBRE:2008:BC4508
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Waarde van pand en optieverplichting bij terbeschikkingstelling aan BV volgens artikel 3.92 Wet IB
Belanghebbende verwierf samen met zijn partner een kantoorpand en stelde zijn aandeel nagenoeg gelijktijdig ter beschikking aan zijn BV, waarvan hij enig aandeelhouder is. De vraag was of de aankoopkosten tot de waarde op de werkzaamheidsbalans behoren en hoe om te gaan met een optieverplichting die belanghebbende aan de BV had verleend.
De rechtbank oordeelt dat bij nagenoeg gelijktijdige aankoop en terbeschikkingstelling het aandeel direct tot het werkzaamheidsvermogen behoort en dat de waarde inclusief aankoopkosten moet worden genomen. Dit volgt uit de ratio van artikel 3.92 Wet IB, die de behandeling van aanmerkelijkbelanghouders gelijk wil trekken met ondernemers.
Ten aanzien van de optieverplichting die in 2000 werd verleend, stelt de rechtbank vast dat deze pas per 1 januari 2003 op de werkzaamheidsbalans moet worden gepassiveerd, conform de wetswijziging. De afkoop van de verplichting leidt slechts tot winst of verlies voor zover de afkoopsom afwijkt van de gepassiveerde waarde.
De rechtbank stelt de waarde van de optieverplichting per 1 januari 2003 vast op € 74.207 en berekent een verlies uit werkzaamheid van € 3.525 bij afkoop. De inspecteur had een hoger verlies aangenomen, waardoor het beroep ongegrond wordt verklaard. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.