ECLI:NL:RBBRE:2008:BC4996
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- De Graaf
- Cohen-Koningsveld
- Van den Hombergh
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onduidelijke toedracht verkeersongeval met dodelijke afloop
Op 28 augustus 2007 vond bij benzinestation Het Liesbos aan de A58 een tragisch verkeersongeval plaats waarbij de bijrijder van de door verdachte bestuurde auto overleed en verdachte zelf zwaar gewond raakte. Uit forensisch onderzoek bleek dat het voertuig technisch in orde was en er geen remsporen waren. Verdachte kon zich niets herinneren van het ongeval en gaf geen verklaring voor het tegen de zuil rijden.
Getuigen verklaarden dat de auto langzaam naar rechts uitvoegde en plotseling tegen de zuil botste, maar zagen geen abnormaal rijgedrag. De rechtbank stelde vast dat de feitelijke toedracht van het ongeval niet kon worden vastgesteld en dat niemand een aantoonbare verklaring kon geven voor het ontstaan ervan.
De officier van justitie voerde aan dat verdachte twee verkeersfouten had gemaakt, namelijk het niet volgen van de rijbaan en het niet aanpassen van de snelheid, wat schuld zou impliceren. De verdediging betoogde dat verdachte geen schuld had en mogelijk een blackout of verontschuldigbare onmacht had.
Gezien het ontbreken van bewijs over de toedracht en de rol van verdachte, oordeelde de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte schuld had aan het ongeval. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten op grond van artikel 5 en Pro 6 van de Wegenverkeerswet 1994.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat de feitelijke toedracht en zijn schuld niet konden worden vastgesteld.