ECLI:NL:RBBRE:2008:BC5055
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Hund
- J.J.J. Engel
- W. Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen heffing regulerende energiebelasting bij gebruiker door buitenlandse leverancier
Belanghebbende, woonachtig in een Nederlandse enclave omgeven door Belgisch grondgebied, nam elektriciteit af van een Belgische energieleverancier. De inspecteur stelde dat op grond van artikel 36e, lid 9, van de Wet belastingen op milieugrondslag (WBM) de energiebelasting geheven kon worden van de gebruiker indien de leverancier geen vaste inrichting of fiscaal vertegenwoordiger in Nederland heeft.
Belanghebbende voerde aan dat deze bepaling in strijd was met Europese richtlijnen en het Verdrag met België, en dat dubbele belastingheffing plaatsvond. De rechtbank oordeelde dat de Richtlijn 2003/96/EG de lidstaten vrijheid laat in het aanwijzen van belastingplichtigen en dat het Verdrag met België niet van toepassing is op energiebelasting, hoewel non-discriminatiebepalingen wel gelden.
De rechtbank stelde vast dat de Belgische leverancier geen vaste inrichting of fiscaal vertegenwoordiger in Nederland had en dat de heffing bij de gebruiker daarom rechtmatig was. Er was geen sprake van discriminatie of belemmering van het vrije verkeer van goederen binnen de EU. De vermeende dubbele belastingheffing was niet voldoende onderbouwd en volgde uit het ontbreken van een fiscaal vertegenwoordiger.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de heffing van regulerende energiebelasting bij de gebruiker is ongegrond verklaard.