ECLI:NL:RBBRE:2008:BC7199
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gemeente heeft recht op aftrek voorbelasting inzake gehandicaptenvervoer
Belanghebbende, een gemeente, heeft op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten de taak om vervoersvoorzieningen te bieden aan gehandicapten binnen haar gemeente. Deze taak wordt uitgevoerd via een overeenkomst met een professioneel vervoersbedrijf dat de daadwerkelijke vervoersprestaties verricht.
De kern van het geschil betreft de vraag of de gemeente recht heeft op aftrek van voorbelasting over de kosten die zij maakt voor het laten verzorgen van dit gehandicaptenvervoer. De inspecteur betwist dit, terwijl de gemeente dit recht wel toekomt.
De rechtbank stelt vast dat het vervoer van gehandicapten personenvervoer betreft zoals bedoeld in de Zesde Richtlijn en dat de gemeente deze taak niet kan afstaan aan derden, maar wel de uitvoering kan laten verzorgen. Gezien deze publieke taak en het arrest van de Hoge Raad van 25 november 2005, concludeert de rechtbank dat de gemeente zich als ondernemer in de zin van de Wet OB bezighoudt met het verzorgen van gehandicaptenvervoer.
Daarom heeft de gemeente recht op aftrek van de voorbelasting. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en gelast teruggave van € 798 aan de gemeente. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan de gemeente vergoed.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en kent de gemeente recht toe op aftrek van voorbelasting van € 798.