ECLI:NL:RBBRE:2008:BC8601
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Janssen
- Kok
- Van den Hombergh
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van seksuele aard bij washandhandelingen onder douche
De rechtbank Breda sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde feit van ontucht met zeven minderjarige meisjes die aan zijn zorg waren toevertrouwd. Verdachte had de meisjes geholpen met wassen onder de douche met een washand, waarbij het gezicht, de hals en incidenteel de rug werden gewassen. De rechtbank oordeelde dat deze handelingen niet de kwalificatie ontuchtig konden dragen omdat ze niet seksueel van aard waren, hoewel ze wel in strijd waren met de huidige sociaal-ethische normen.
Tijdens het onderzoek bleek dat de verhoren van de slachtoffers niet volledig conform de Aanwijzing opsporing en vervolging van seksueel misbruik waren uitgevoerd. Zo vonden de verhoren plaats in het bijzijn van ouders en zonder studio-opname, wat de betrouwbaarheid van de verklaringen beperkte. De rechtbank stelde dat deze procedurele tekortkomingen onvoldoende ernstig waren om de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren, maar wel van belang bij de bewijswaardering.
De rechtbank nam het standpunt in dat het wassen met een washand onder de douche, ook al vond dit plaats bij naakte meisjes van 11-12 jaar, niet automatisch een seksuele handeling is. Verdachte had zich wel bewust moeten zijn van de gevoelens van de meisjes en had meer afstand moeten bewaren. Er was geen bewijs dat verdachte seksuele bedoelingen had. Daarom werd verdachte vrijgesproken van het primair en subsidiair ten laste gelegde feit.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat de handelingen niet seksueel van aard waren en dus niet als ontuchtig kwalificeren.