ECLI:NL:RBBRE:2008:BC8862
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen verlenging termijn herinvesteringsreserve bij investering 2006
Belanghebbende had in 2000 een melkquotum verkocht en een herinvesteringsreserve gevormd. Diverse pogingen tot herinvestering volgden, waaronder onderhandelingen voor een boerderij in Amerika (2000), overnames in Polen en Duitsland, die allen niet doorgingen. Uiteindelijk werd in 2006 een boerderij in Amerika gekocht.
De kern van het geschil was of de herinvesteringsreserve uit 2000 door de investering in 2006 niet binnen de wettelijke termijn in de winst hoefde te worden opgenomen. Belanghebbende stelde dat de aard van de investering en bijzondere omstandigheden een langere termijn rechtvaardigden.
De rechtbank oordeelde dat de onderhandelingen voor de investering in 2006 pas na 2004 waren gestart en dat deze niet als voortzetting van de eerdere onderhandelingen konden worden gezien. Ook was de aard van de investering niet zodanig dat een langere termijn gerechtvaardigd was. De stelling van bijzondere omstandigheden werd niet aannemelijk gemaakt.
Daarom moest de herinvesteringsreserve in 2004 worden belast en werd het beroep ongegrond verklaard. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de aanslag vennootschapsbelasting over 2004.