ECLI:NL:RBBRE:2008:BC9137
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.F.M.Q. Beukers – van Dooren
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen afwijzing aftrek lijfrentepremies bij vooropgezet kasrondje
Belanghebbende en haar echtgenoot richtten een BV op waarbij zij hun onderneming inbrachten en lijfrenten bedongen. Voor de bijbetaling van lijfrentepremies leenden zij € 60.000 van een bank, die zij direct via de BV en een werkmaatschappij weer ontvingen om hun schuld af te lossen.
De inspecteur corrigeerde de aftrek van de lijfrentepremies omdat hij stelde dat belanghebbende het bedrag feitelijk niet had betaald maar schuldig was gebleven. De rechtbank toetste of sprake was van een vooropgezet kasrondje zoals bedoeld in het Besluit van 28 december 2004.
De rechtbank concludeerde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de onttrekking van het bedrag binnen tien dagen na ontvangst op zakelijke gronden berustte. De lening werd feitelijk niet afgelost maar omgezet in een eigenwoningschuld, wat bevestigt dat het bedrag schuldig bleef.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde de aanslag. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de afwijzing van de aftrek lijfrentepremies wordt ongegrond verklaard vanwege een vooropgezet kasrondje.