ECLI:NL:RBBRE:2008:BC9148
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- C.A.F.M. Stassen
- A.A. den Hartog
- Rechtspraak.nl
Geen loonheffing over kwijtschelding restschuld lening na verkoop aandelen
Belanghebbende, een dochtervennootschap, verstrekte in 1998 aan haar directeur een lening ter grootte van de loonbelasting over aandelen die hem werden toegekend in het kader van een gewijzigde bonusregeling. Na verkoop van deze aandelen in 2004 bleek de opbrengst onvoldoende om de lening en rente volledig af te lossen, waarna het restant van € 453.626 werd kwijtgescholden.
De kern van het geschil betrof de vraag of deze kwijtschelding loon vormde waarover loonheffing verschuldigd was. De rechtbank stelde vast dat partijen in 1998 een regeling troffen waarbij de lening was bedoeld om te voorkomen dat de directeur zelf belasting hoefde te betalen over de aandelen. De kwijtschelding in 2004 was uitvoering van deze overeenkomst.
De rechtbank oordeelde dat de verhouding tussen directeur en belanghebbende bij de kwijtschelding niet meer die van werknemer en werkgever was, maar van debiteur en crediteur. De kwijtschelding was niet terug te voeren op een dienstbetrekking-gerelateerde omstandigheid en vormde daarom geen loon in 2004.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de naheffingsaanslag en heffingsrente, en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van € 1.127. Tevens werd het betaalde griffierecht van € 276 aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de kwijtschelding van de restschuld geen loon vormt en vernietigt de naheffingsaanslag loonbelasting en heffingsrente.