ECLI:NL:RBBRE:2008:BD1204
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A. den Hartog
- W. Brouwer
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- Rechtspraak.nl
Betalingen aan ex-werknemers en loonbelastingheffing niet aannemelijk vrijgesteld
Belanghebbende heeft in 2001 en 2002 netto betalingen gedaan aan twee voormalige werknemers na beëindiging van hun dienstverband. De inspecteur kwalificeerde deze betalingen als loonbetalingen waarover loonbelasting en premies volksverzekeringen moesten worden geheven tegen het eindheffingstarief.
Belanghebbende stelde dat de betalingen aan ex-werknemer B terug te voeren waren op een optie- of participatierecht, waardoor inhouding van loonbelasting niet nodig was, en dat de betalingen aan ex-werknemer A al vóór 1 januari 2001 vorderbaar en inbaar waren, zodat het proportioneel tarief van 45% van toepassing zou zijn. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet in de bewijslast was geslaagd om deze stellingen aannemelijk te maken.
De rechtbank overwoog dat de toezeggingen niet schriftelijk waren vastgelegd en dat de inspecteur gemotiveerd betwistte dat sprake was van een concreet recht. Ook de stelling dat de betalingen vóór 1 januari 2001 vorderbaar waren, kon niet worden onderbouwd met bewijs.
De verzuimboete wegens niet tijdige betaling van loonbelasting werd terecht opgelegd, maar de rechtbank matigde deze met 40% vanwege onnodige en niet aan belanghebbende te verwijten vertraging in de procedure (undue delay).
Het beroep werd ongegrond verklaard en de boete verminderd. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende is ongegrond verklaard en de verzuimboete met 40% verminderd tot € 2.722.