ECLI:NL:RBBRE:2008:BD2941
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Bakx
- J. van Kralingen
- J. Schoenmakers
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor moord met voorbedachten rade na langdurig beraad en meerdere messteken
Op 26 augustus 2006 werd het stoffelijk overschot van het slachtoffer aangetroffen in een maïsveld te Chaam. Het slachtoffer is overleden door massaal bloedverlies veroorzaakt door meerdere snijwonden in de hals, toegebracht door verdachte met een mes. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte het slachtoffer met voorbedachten rade heeft gedood.
Verdachte heeft tijdens het onderzoek vele verklaringen afgelegd die steeds wisselden en tegenstrijdig waren, waardoor deze niet als betrouwbaar bewijs konden worden gebruikt, ook niet zijn bekentenis. De belastende verklaring van de medeverdachte, ondersteund door telecomgegevens en getuigenverklaringen, droeg substantieel bij aan de bewijsvoering.
De verdediging voerde aan dat de doodsoorzaak niet vaststond en dat er geen bewijs was dat verdachte het feit had gepleegd. De rechtbank verwierp deze argumenten en stelde vast dat het causaal verband tussen het snijwonden en de dood van het slachtoffer voldoende was aangetoond volgens de maatstaf van redelijke toerekening.
Verdachte weigerde mee te werken aan een onderzoek naar zijn geestvermogens, waardoor niet kon worden vastgesteld of sprake was van een geestelijke stoornis die tot terbeschikkingstelling had kunnen leiden. Daarom werd een langdurige gevangenisstraf opgelegd in plaats van een maatregel.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot 18 jaar gevangenisstraf, rekening houdend met de ernst van het misdrijf, het gebrek aan respect voor het slachtoffer en het feit dat verdachte de medeverdachte valselijk als dader aanwees. Tevens werd de teruggave van diverse inbeslaggenomen voorwerpen gelast.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 18 jaar gevangenisstraf voor moord met voorbedachten rade.