ECLI:NL:RBBRE:2008:BD5599
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag BPM wegens strijd met Europees recht bij tijdelijk gebruik Duitse auto
Belanghebbende werd naheffingsaanslag BPM opgelegd omdat zij in Nederland reed met een Duitse auto van haar zoon, die slechts tijdelijk in Nederland was geparkeerd. De auto was niet bestemd voor duurzaam gebruik in Nederland en werd na twee weken weer naar Duitsland uitgevoerd.
De rechtbank overweegt dat de BPM-heffing in dit geval in strijd is met het Europees recht, met name het vrij verkeer van goederen, omdat geen rekening wordt gehouden met de duur van het gebruik en geen mogelijkheid tot teruggaaf bestaat. De situatie wordt vergeleken met het arrest Van de Coevering van het Hof van Justitie, waarin het vrij verkeer van diensten centraal stond.
Omdat de teruggaafregeling van artikel 14a Wet BPM pas geldt vanaf 1 februari 2007 en de auto vóór die datum werd uitgevoerd, komt belanghebbende niet voor teruggaaf in aanmerking. Dit leidt tot disproportionele heffing. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de naheffingsaanslag en boetebeschikking en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM en boetebeschikking worden vernietigd wegens strijd met het Europees recht.