ECLI:NL:RBBRE:2008:BD5620
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- A.A. den Hartog
- I.J.F.A. van Vijfeijken
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergrijpboete wegens onjuiste aangifte uitgesteld salaris 2003
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een BV, had in 1993 een overeenkomst gesloten over uitstel van salarisbetaling tot 1 oktober 2003. De BV reserveerde dit bedrag als RUS in de jaarstukken, vermeld als vorderbaar per genoemde datum. In de aangifte 2003 gaf belanghebbende dit bedrag niet aan.
De inspecteur legde een vergrijpboete op wegens opzettelijk onjuiste aangifte. Belanghebbende stelde dat het uitstel nader was verlengd, maar kon geen overeenkomst overleggen. De rechtbank achtte dit niet aannemelijk en concludeerde dat belanghebbende op de hoogte moest zijn van de vorderbaarheid in 2003.
De rechtbank oordeelde dat het bedrag terecht in 2003 belast is en dat belanghebbende zich niet kon verschuilen achter zijn adviseur. De opgelegde boete werd passend bevonden en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de vergrijpboete van € 8.259 wegens het opzettelijk niet aangeven van het uitgestelde salaris in 2003.