ECLI:NL:RBBRE:2008:BD5850
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag wegens onterecht niet opgeheven fiscale oudedagsreserve
Belanghebbende exploiteerde samen met zijn echtgenote een assurantiebedrijf in de vorm van een vennootschap onder firma. Per 1 november 2000 bracht hij zijn onderneming in een besloten vennootschap in en heef de fiscale oudedagsreserve (F.O.R.) opgeheven. De voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting was gebaseerd op een lager belastbaar inkomen dan door belanghebbende opgegeven, omdat ten onrechte geen rekening werd gehouden met de vrijval van de F.O.R.
Belanghebbende heeft dit twee keer schriftelijk gemeld aan de aanslagregelend ambtenaar, maar desondanks werd de definitieve aanslag vastgesteld op basis van het lagere inkomen. Vervolgens legde de inspecteur een navorderingsaanslag op, die belanghebbende betwistte. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat de aanslag anders is vastgesteld dan hij wilde, en dat er geen sprake is van een intoetsfout.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de navorderingsaanslag en de uitspraak op bezwaar, en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten. De klacht over heffingsrente behoeft geen verdere behandeling omdat de navorderingsaanslag wordt vernietigd.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2000 wordt vernietigd omdat de inspecteur onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de aanslag ten onrechte te laag was vastgesteld.