ECLI:NL:RBBRE:2008:BD5862
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag loonbelasting wegens dienstbetrekking prostituees bevestigd
Belanghebbende exploiteert een seksinrichting en kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd over de periode 2001-2004, met een vergrijpboete. De kern van het geschil was of er sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen belanghebbende en de prostituees.
De rechtbank oordeelde dat aan de voorwaarden voor een dienstbetrekking was voldaan: er bestond een gezagsverhouding, de prostituees moesten persoonlijk arbeid verrichten en zij ontvingen loon van belanghebbende. Dit bleek uit de vastgestelde werkafspraken, toezicht, gedragsregels, loonbetalingen en prijsvaststelling door belanghebbende.
Het beroep van belanghebbende op het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel faalde omdat geen toezegging of afspraak was aangetoond die hem deed geloven dat hij geen loonbelasting hoefde in te houden. De naheffingsaanslag werd daarom bevestigd, maar de boetebeschikking werd vernietigd omdat de inspecteur dit ter zitting had geconcludeerd.
De rechtbank veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende en bepaalde dat de Staat het griffierecht moest vergoeden. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting wordt bevestigd, de boetebeschikking vernietigd en de inspecteur veroordeeld in de proceskosten.