ECLI:NL:RBBRE:2008:BD5909
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Hund
- J.J.J. Engel
- C.A.F.M. Stassen
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke kwalificatie van aandeel in Canadees maatschapsvermogen en vergrijpboete vernietigd
Belanghebbende had in haar jaarrekening een aandeel in een Canadees maatschapsvermogen opgenomen. De inspecteur corrigeerde dit tot een vordering uit hoofde van een geldlening en legde een aanslag vennootschapsbelasting en een vergrijpboete op. Belanghebbende stelde dat sprake was van een aandeel in een onderneming en dat rente en koersresultaten niet tot de winst behoorden.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een aandeel in een onderneming, mede gelet op de Canadese wetgeving en de verklaringen van de adviseur. De vordering moest daarom worden aangemerkt als een geldlening, waarover rente en valutaresultaten tot de belastbare winst behoren.
De rechtbank stelde het rentepercentage in goede justitie vast op 5,75% en berekende het valutaresultaat aan de hand van de koers van de Canadese dollar. Dit leidde tot een belastbaar bedrag van nihil. Gevolg hiervan was dat de vergrijpboete niet terecht was opgelegd en vernietigd moest worden.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank de inspecteur in de proceskosten en bepaalde dat de Staat het betaalde griffierecht aan belanghebbende moest vergoeden. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en op 4 juni 2008 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De aanslag vennootschapsbelasting wordt verminderd tot nihil en de vergrijpboete wordt vernietigd.