ECLI:NL:RBBRE:2008:BD7173
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.W.J.M. Nollen
- M.G.W.M. Stienissen
- M.C. Tempelaar
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen meervoudige strafkamer wegens vermeende vooringenomenheid
In deze zaak hebben de advocaten van drie verdachten een wrakingsverzoek ingediend tegen de leden van de meervoudige strafkamer die de strafzaken behandelden. Het wrakingsverzoek richtte zich op de beslissing van de strafkamer om een verdachte niet als getuige te horen in het buitenland, waarbij werd gesteld dat de kamer vooringenomen was en vooruitliep op een bewijsbeslissing.
De rechtbank heeft het verzoek getoetst aan de criteria van ontvankelijkheid en inhoudelijke gronden. Zij oordeelde dat het wrakingsverzoek van één verdachte niet ontvankelijk was omdat de gronden niet tijdig waren ingediend. De overige verzoeken waren ontvankelijk maar werden inhoudelijk afgewezen.
De rechtbank benadrukte dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn en dat alleen uitzonderlijke omstandigheden tot wraking kunnen leiden. De motivering van de strafkamer werd niet als een zwaarwegend vermoeden van vooringenomenheid gezien. De beslissing om de verdachte niet te horen was een inhoudelijke beslissing die in een hoger beroep kan worden aangevochten.
De rechtbank concludeerde dat er geen aanwijzingen waren dat de strafkamer bewust de belangen van de verdediging had geschaad of een vooringenomen houding had aangenomen. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de strafzaak kon worden voortgezet in de stand van de schorsing.
Uitkomst: Wrakingsverzoeken tegen de meervoudige strafkamer worden afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.