ECLI:NL:RBBRE:2008:BD7837
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kooijman
- Dekker
- Zuidema
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijk onjuist doen van belastingaangiften en werkstraf opgelegd
De rechtbank Breda behandelde op 9 juli 2008 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het opzettelijk onjuist doen van meerdere aangiften omzetbelasting over 2002, 2003 en januari 2004, en een onjuiste aangifte inkomstenbelasting over 2003. Daarnaast werd hem verweten geen verplichte administratie te hebben gevoerd.
De rechtbank oordeelde dat verdachte opzettelijk onjuiste aangiften had gedaan, gebaseerd op aangetroffen facturen in de administratie van een betrokken BV en de eigen verklaring van verdachte. Het verweer dat verdachte door overspanning niet wist wat hij deed werd verworpen. De rechtbank sprak verdachte vrij van het niet voeren van administratie, omdat dit niet bewezen kon worden.
De officier van justitie eiste een werkstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden. De rechtbank matigde de werkstraf tot 200 uur, legde de voorwaardelijke gevangenisstraf op met een proeftijd van twee jaar, en motiveerde dit mede door het feit dat verdachte al jaren geleden de feiten pleegde en een nagenoeg blanco strafblad heeft.
De rechtbank verwierp het verweer dat de redelijke termijn was overschreden en verklaarde de officier van justitie ontvankelijk. De straf benadrukt de ernst van de belastingfraude en het belang van het beschermen van de staatsbelangen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 200 uur werkstraf en 6 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf wegens opzettelijk onjuist doen van belastingaangiften.