ECLI:NL:RBBRE:2008:BD9861
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Alferink
- Visser
- Combee
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor moord, veroordeeld voor doodslag door wurging vrouw met verminderde toerekeningsvatbaarheid
Op 9 december 2007 wurgt verdachte zijn vrouw in hun woning te Goirle. Het slachtoffer overlijdt aan een hartritmestoornis die wordt veroorzaakt door een combinatie van haar ernstige hartafwijkingen, medicijngebruik en het forse geweld op haar hals. De rechtbank oordeelt dat verdachte met opzet en kracht het slachtoffer heeft gewurgd, maar dat er geen sprake is van voorbedachten rade, waardoor moord niet bewezen is.
De officier van justitie vordert zeven jaar gevangenisstraf, terwijl de verdediging pleit voor een lagere straf vanwege de verminderde toerekeningsvatbaarheid en geringe kans op recidive. Uit een triple-rapportage blijkt dat verdachte leed aan psychosociale stress en een impulsdoorbraak had, wat leidde tot een dissociatieve amnesie.
De rechtbank acht bewezen dat verdachte zijn vrouw heeft gedood door wurging en spreekt hem vrij van moord. De doodslag wordt bewezen verklaard en verdachte wordt veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf, rekening houdend met zijn verminderde toerekeningsvatbaarheid en persoonlijke omstandigheden. De rechtbank benadrukt de ernst van het feit en wijst een deels voorwaardelijke straf af.
Verdachte krijgt teruggave van inbeslaggenomen persoonlijke voorwerpen. Het vonnis is gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Breda op 12 augustus 2008.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor doodslag zonder voorbedachten rade met rekening houden met verminderde toerekeningsvatbaarheid.