ECLI:NL:RBBRE:2008:BE9040
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Hermans
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot vaststelling dwangakkoord in schuldsanering tegen UWV
De rechtbank Breda behandelde op 11 augustus 2008 het verzoek van een schuldenaar tot vaststelling van een dwangakkoord ex artikel 287a Faillissementswet tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Verzoeker had een schuldregeling aangeboden waarbij concurrente schuldeisers 3,8% van hun vordering zouden ontvangen, maar het UWV weigerde in te stemmen met dit bod.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker een preferente schuldeiser en 20 concurrente schuldeisers had, waaronder het UWV met een vordering van €3.650,48. De schuld was ontstaan door een onterechte WW-uitkering die het UWV had teruggevorderd. Verzoeker kon slechts een beperkte aflossingscapaciteit van €47,38 per maand bieden, wat resulteerde in het bod van 3,8%.
Het UWV beriep zich op artikel 36 van Pro de Werkloosheidswet, dat terugvordering mogelijk maakt en stelt dat het bod te laag was. De rechtbank oordeelde echter dat verzoekers situatie als dringende reden kan worden aangemerkt en dat het UWV onredelijk handelde door niet in te stemmen. Het alternatief van toelating tot de schuldsaneringsregeling bood het UWV geen beter vooruitzicht.
Daarom werd het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord toegewezen en het UWV veroordeeld in de proceskosten. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling behoefde geen verdere bespreking meer.
Uitkomst: De rechtbank beveelt het UWV in te stemmen met de aangeboden schuldregeling en wijst het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord toe.