ECLI:NL:RBBRE:2008:BF0043
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Premieplicht AWBZ bij emigratie en opgewekt vertrouwen door inspecteur
Belanghebbende, een Nederlandse staatsburger die in 2001 naar Duitsland emigreerde en daar AOW en pensioen uit Nederland ontving, was in geschil met de Belastingdienst over de premieplicht voor de AWBZ in 2004.
De rechtbank stelde vast dat op grond van de Nederlandse wetgeving en Europese Verordening nr. 1408/71 belanghebbende verplicht verzekerd bleef voor de AWBZ, ondanks haar verblijf in Duitsland. Dit volgt uit het feit dat zij geen werkzaamheden in Duitsland verrichtte en verzekerd bleef onder de Ziekenfondswet in Nederland.
Echter, belanghebbende had in 2002 en 2003 van de inspecteur in Groningen het standpunt gekregen dat zij geen AWBZ-premie verschuldigd was. Dit standpunt was weloverwogen en de inspecteur in Limburg, bevoegd in 2004, was hieraan gebonden. De rechtbank oordeelde dat het vertrouwen dat belanghebbende op grond hiervan mocht hebben, niet mocht worden geschaad.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de aanslag verminderd zonder AWBZ-premie en het betaalde griffierecht vergoed. De rechtbank wees op de complexiteit van de regelgeving en de redelijkheid van het vertrouwen van belanghebbende, die niet door een deskundige werd bijgestaan.
Uitkomst: De aanslag is verminderd zonder heffing van AWBZ-premie vanwege opgewekt vertrouwen door de inspecteur.