ECLI:NL:RBBRE:2008:BF0423
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen vaste inrichting in Nederland bij montagewerkzaamheden met eigen personeel en gereedschap
Belanghebbende, een in Duitsland gevestigde eenmanszaak, verrichtte in 2005 montage- en installatiewerkzaamheden in Nederland voor een Nederlandse BV met eigen personeel, gereedschap en apparatuur. De inspecteur stelde dat sprake was van een vaste inrichting in Nederland vanwege vermeende uitlening van personeel, wat inhoudingsplicht voor loonbelasting zou veroorzaken.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van uitlenen van personeel zoals bedoeld in artikel 6, derde lid, onderdeel b, Wet LB. De wijze van facturering op urenbasis werd onvoldoende geacht om gezag van de Nederlandse BV over de werknemers aan te tonen. Belanghebbende hield toezicht en stuurde de werkzaamheden aan.
Daarom werd de naheffingsaanslag loonbelasting en de verzuimboete vernietigd. De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het beroep werd gegrond verklaard en belanghebbende werd niet inhoudingsplichtig in Nederland geacht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting en de verzuimboete werden vernietigd omdat geen sprake was van een vaste inrichting in Nederland.