ECLI:NL:RBBRE:2008:BF0511
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen nihilgrondwaterbelasting bij terugvoeren via open berm zonder vergunningseis
Belanghebbende heeft in 2005 640.174 m3 grondwater onttrokken in verband met een bouwputdroging bij een sportcomplex. Hiervan werd 119.324 m3 geloosd in oppervlaktewater en 520.850 m3 via de berm teruggevoerd in de bodem. De inspecteur legde een naheffingsaanslag grondwaterbelasting op over het totaal onttrokken volume.
De kern van het geschil betrof de vraag of het terugvoeren van grondwater via de berm kwalificeert als een gesloten systeem volgens artikel 9, tweede lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm), waardoor het nihiltarief zou gelden. De rechtbank stelde vast dat in de verleende vergunning geen voorwaarden waren opgenomen over het terugvoeren van grondwater en dat het systeem niet gesloten was omdat het water eerst in de open lucht werd geloosd.
Belanghebbendes beroep dat de wet onredelijk uitpakt werd verworpen op grond van de wettelijke taak van de rechter om de wet toe te passen zonder billijkheidstoets. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak stond hoger beroep open bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende is ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag grondwaterbelasting gehandhaafd.